Nieuwe reanimatie richtlijnen 2015

Nieuwe reanimatie richtlijnen 2015

Op 15 oktober zijn de nieuwe reanimatierichtlijnen van de Europese Reanimatieraad gepubliceerd. Het betreft hier de richtlijnen die door alle nationale reanimatieraden als leidraad worden gebruikt voor het aanpassen van de landelijke interpretatie. Een samenvatting van de veranderingen voor basic life support bij volwassen patiënten:

  • De ERC richtlijnen 2015 benadrukken het belang van de interactie tussen de meldkamer, de omstanders die reanimeren en het op tijd gebruiken van de AED. Een effectieve, gecoördineerde actie is belangrijk om de overlevingskansen en kwaliteit van leven na de ziekenhuisopname te verbeteren.
  • De meldkamer heeft een belangrijke rol in het vroeg diagnosticeren van een hartstilstand,  het begeleiden van de reanimatie over de telefoon en het instrueren om een AED goed te gebruiken.
  • De getrainde omstander zal snel moeten kunnen vaststellen of het slachtoffer buiten bewustzijn is , dat hij niet normaal ademt en moet vervolgens snel de hulpdiensten waarschuwen.
  • Het slachtoffer dat buiten bewustzijn is en dat niet normaal ademt heeft een hartstilstand en heeft reanimatie nodig. Omstanders en de verpleegkundige op de meldkamer moeten alert zijn op een hartstilstand bij alle bewusteloze patiënten en moeten zorgvuldig vaststellen of het slachtoffer normaal ademt.
  • Bij een reanimatie moeten borstcompressies worden toegepast in alle gevallen van een hartaanval. Reanimatiehulpverleners moeten getraind en in staat zijn om te beademen en moeten borstcompressie en beademing kunnen combineren. Er is nu onvoldoende overtuigend bewijs dat alleen borstcompressies beter is dan standaard reanimatie om de richtlijnen te veranderen.
  • Goede kwaliteit reanimatie blijft van essentieel belang om overlevingskansen te verbeteren. De richtlijnen zijn niet veranderd op gebied van diepte en snelheid. De hulpverlener moet borstcompressies van adequate diepte geven (ten minste 5 cm maar niet meer dan 6 cm) met een snelheid van 100-120 compressies per minuut. Na iedere compressie moet de borstkas volledig omhoog kunnen komen. Gedurende 1 seconde lucht inblazen bij de beademing en daarbij voldoende lucht inblazen zodat de borstkas zichtbaar omhoog komt. Geef borstcompressies en beademing in een ratio van 30:2. Onderbreek de compressies niet langer dan 10 seconden om te beademen.
  • Defibrillatie binnen 3-5 minuten na het neervallen van de patiënt kan overlevingskansen geven van 50-70%. Vroege defibrillatie wordt bereikt door reanimatie met een publiek beschikbare AED. AED’s moeten actief worden geïmplementeerd op plaatsen waar veel mensen zijn.
  • De reanimatie sequentie voor volwassenen kan veilig worden gebruikt bij kinderen die buiten bewustzijn zijn en niet normaal ademen. Borstcompressies bij kinderen moeten ten minste 1/3 van de diepte van de borstkas bedragen (bij baby’s is dat 4 cm, bij kinderen 5 cm).
  • Als een vreemd voorwerp luchtwegobstructie veroorzaakt dan betreft het een medisch noodgeval dat directe behandeling vereist met terugstoten en, wanneer dat de blokkade niet opheft, met buikstoten. Als het slachtoffer bewusteloos raakt moet men de reanimatie starten en hulp inschakelen.